Het basisexamen inburgering in het buitenland
Vanaf 15 maart 2006 moet een deel van de vreemdelingen die voor langere tijd naarNederland wil komen en een machtiging tot voorlopig verblijf nodig hebben, het basis-examen inburgering afleggen. Het gaat om vreemdelingen die een gezin willen vormen met iemand in Nederland of die zich willen herenigen met familieleden die al in Nederland wonen. Ook mensen met een geestelijk beroep zoals imam of predikant, die in Nederland komen werken, moeten het basisexamen inburgering afleggen.
Mensen die voor langere tijd in Nederland willen gaan wonen, moeten zich in het land waar zij verblijven, voorbereiden op hun komst naar Nederland. Deze nieuwkomers moeten voor hun komst naar Nederland basiskennis hebben van de Nederlandse taal en van de Nederlandse samenleving. De kennis wordt getoetst door examen te doen in het eigen land of het land van bestendig verblijf. Dit ‘basisexamen inburgering’ is één van de voorwaarden om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te kunnen krijgen. Een mvv is nodig om in Nederland een verblijfsvergunning aan te kunnen vragen.
Een land van bestendig verblijf is een land waar men langer dan drie maanden mag verblijven op grond van een verblijfstitel.
Inburgering in het buitenland is eeneerste stap om de Nederlandse taal en samenleving te leren kennen. Eenmaal in Nederland zijn nieuwkomers verplicht verder in te burgeren.
Zak-/slaaggrens taaltoets inburgeringsexamen vanaf 15 maart 2008 omhoog.
De datum waarop de zak-/slaaggrens voor de Toets Gesproken Nederlands van het basisexamen inburgering in het buitenland wordt verhoogd, is vastgesteld op 15 maart 2008. In juni van dit jaar werd bericht dat de zak-/slaaggrens per 1 december 2007 zou worden verhoogd. Deze datum werd onlangs uitgesteld in afwachting van de resultaten van een nader onderzoek dat de minister voor Wonen, Wijken en Integratie heeft laten uitvoeren op verzoek van de Tweede Kamer.
In het onderzoek door het Research Center voor Examinering en Certificering (RCEC) is gekeken of het eerdere onderzoek door TNO naar de zak-/slaaggrens zorgvuldig is uitgevoerd en of de conclusie van TNO dat de zak-/slaaggrens van de Toets Gesproken Nederlands te laag is ingesteld, is gerechtvaardigd.
De resultaten van het RCEC-onderzoek tonen aan dat de zak-/slaaggrens inderdaad te laag is ingesteld. Wel beveelt het RCEC aan om nader onderzoek te laten doen naar een nieuwe instelling van de zak-/slaaggrens. Aanbevolen wordt om de zak-/slaaggrens in elk geval tussentijds aan te passen, omdat deze nu te laag ligt.
De minister voor Wonen, Wijken en Integratie heeft op basis van de resultaten van het RCEC-onderzoek besloten om de zak-/slaaggrens van de Toets Gesproken Nederlands van het examen met ingang van 15 maart 2008 tussentijds te verhogen. Tegelijkertijd zal zij nog een onderzoek laten uitvoeren naar een definitieve instelling van de zak-/slaaggrens.
Overigens verandert de toets zelf niet. Ook wordt het niveau van de toets níet verhoogd; het blijft A1min voor het buitenland.
Wat moet u doen om vóór de aanpassing het examen te kunnen afleggen?
- Kandidaten, die gegarandeerd onder het huidige regime het examen willen afleggen, kunnen tot en met 31 januari 2008 contact opnemen met de Nederlandse ambassade of het consulaat-generaal voor het maken van een afspraak. Dit geldt op voorwaarde dat het examengeld is betaald.
- De ambassade of het consulaat-generaal zal er dan voor zorgen dat het examen vóór 15 maart 2008 wordt ingepland.
- Kandidaten die zich ná 31 januari 2008 melden voor een afspraak, hebben geen garantie dat het examen onder het huidige regime kan worden afgelegd. Zij worden ingepland op basis van beschikbare ruimte op de ambassade of het consulaat-generaal.
Meer informatie over het examen inburgering kunt u vinden op
www.ind.nl